Jill Clerx voor Table of Instruments (10.09.2026 - 07.11.2026)
Table of Instruments is een complete onderdompeling in De Clercqs bizarre universum, waar systemen, structuren en constructies een schijn van orde wekken. In deze tentoonstelling legt hij letterlijk al zijn instrumenten op tafel: performatieve installaties, schilderijen en sculpturale objecten waarmee hij onderzoekt wat er gebeurt wanneer vorm en functie niet langer samenvallen. Het vertrouwde wordt net genoeg verschoven om onze blik te vertragen.
De titels van de werken geven richting, maar nooit een sluitende verklaring. De Clercq lijkt dan ook minder geïnteresseerd in het antwoord dan in de zoektocht ernaar. Een tafel is niet langer alleen een tafel en een compositie lijkt meer te suggereren dan ze prijsgeeft. Zijn werken zetten een denkproces in gang dat niet noodzakelijk naar een conclusie leidt. Het zoeken zelf wordt hier het onderwerp.
In die zoektocht is steeds een spanning voelbaar tussen controle en loslaten. Ze zit zowel in de beeldtaal als in de werkwijze van De Clercq. Helder uitgezette structuren, precieze verhoudingen en afgebakende systemen bieden houvast, maar laten tegelijk ruimte voor toeval, beweging en interpretatie. Dat wordt zichtbaar in zijn performatieve installaties, zoals Modular Composition with Red Framework. Het werk kan worden geactiveerd en de compositie verandert door een minimale ingreep van de toeschouwer. De regels liggen vast, maar de uitkomst niet. De Clercq geeft een deel van zijn controle uit handen en laat het werk verder bestaan in de handeling van degene die ervoor staat.
Ook Rescheduling vertrekt vanuit zo’n minimale verschuiving. De constructie houdt de blik tegen en trekt hem tegelijk verder naar binnen. De iriserende folie doet denken aan een lens, waardoor het werk even lijkt terug te kijken. Het principe van de peephole, kijken zonder zelf gezien te worden, krijgt in de etalage een andere lading. De buitenzijde richt zich naar de straat, terwijl de voorzijde zich aan de binnenkant ontvouwt. De blik beweegt tussen binnen en buiten, kijken en bekeken worden.
Die aandacht voor verschuiving en perspectief begint vaak lang voor een werk zijn uiteindelijke vorm krijgt. Ideeën kunnen jarenlang in een schetsboek blijven liggen, wachtend op de juiste ruimte, afmetingen of omstandigheden om zich te materialiseren. De Clercq werkt aan meerdere ideeën tegelijk en laat ze pas samenkomen wanneer het moment zich aandient. Het proces is daarmee geen rechte lijn, maar een voortdurend herschikken, aftasten en opnieuw bekijken.
In zijn schilderijen krijgt de spanning tussen structuur en vrijheid een andere gedaante. Composition with Orange Table toont een praktijk die De Clercq zelf omschrijft als een toevlucht: een intuïtievere manier van werken, waarbij de hand voorloopt op het hoofd. Waar zijn installaties en objecten doorgaans voortkomen uit uitgebreid denkwerk en onderzoek, ontstaan de schilderijen spontaner, vanuit een esthetische zoektocht naar vorm, compositie en kleur. Een toevallige compositie, opgemerkt in een collage of beeld, wordt vastgelegd op doek of paneel, zonder dat ze verder naar betekenis hoeft te zoeken.
Toch blijft ook hier zijn fascinatie voor orde voelbaar, als een onzichtbaar raster onder het beeld: in geometrische verhoudingen, afgewogen composities en een voorkeur voor primaire, verzadigde kleuren. De schilderijen vormen zo een tegenpool binnen dezelfde praktijk: minder gestuurd door betekenis, maar niet minder gericht op vorm.
Table of Instruments wordt daarmee een tijdelijke stilstand in een praktijk die voortdurend in beweging is. Een tentoonstelling is voor De Clercq geen eindpunt, maar eerder een pauzeknop in een proces dat zich blijft ontvouwen. Een compositie kan opnieuw kantelen, een werk kan worden geactiveerd, een betekenis kan verschuiven.
Wat overblijft, is het moment waarop we even stilstaan. Niet omdat het antwoord zich aandient, maar omdat De Clercqs werken ons ertoe dwingen verder te zoeken.
Willem Elias voor Algoritme (30.10.2025 - 29.01.2026)
Gert De Clercq, een artistieke koorddanser
Mocht Heraclitus (ca. 540–480 v.o.t.) de gedachte dat alles vloeit (panta rhei) niet in zwang hebben gebracht, dan zou ik ze hier uitvinden om het werk van Gert De Clercq te duiden. Gert, die tweemaal in de Maas stapt en zichtbaar maakt dat het niet dezelfde rivier is, zou daarmee goed passen in de lijst van performances die hij op zijn palmares heeft staan. Het veranderende, de wankelbaarheid, de disharmonieuze beweging, het toeval van de vallende inval … Het zijn allemaal kernbegrippen om zijn werkmethode te kenschetsen.
Gert De Clercq onderzoekt als een experimenteel wetenschapper, weliswaar buiten elke discipline, tenzij die van het visualiseren van filosofische vraagstellingen. Dit lijkt me een manier om het begrip ‘conceptuele kunst’ te omschrijven.
De formule panta rhei ontbreekt in de fragmenten van Heraclitus. Men vindt ze als samenvatting van zijn filosofie bij Plato. Die zocht een synthese tussen Heraclitus, de denker van het ‘worden’, en Parmenides, de filosoof van het ‘zijn’. De eenheid verbergt een onenigheid, of de verscheidenheid vertoont kenmerken die tot een weliswaar onderliggende eenheid kunnen worden herleid.
Plato is hier de man die we nodig hebben. Hij wordt terecht beschouwd als de invloedrijkste denker die, samen met de leer van Christus — door Nietzsche omschreven als ‘platonisme voor het volk’ —, het Westen heeft bepaald. Precies dat maaksel stelt Gert De Clercq op losse schroeven.
Zijn video Dialogic zie ik als een vals pareltje dat dit illustreert (gertdeclercq.com/About). Zoals men weet, schreef Plato zijn werk in dialoogvorm. Men ziet Gert nauwgezet een plank op twee stoelen leggen. Daarna plaatst hij de stoelen moeizaam op hun achterste poten, zonder ze uit evenwicht te laten raken. Daarboven plaatst hij opnieuw twee stoelen op twee poten, met een plank ertussen, en vervolgens nog eens. Zes stoelen en drie planken staan in een evenwichtige balans tegenover elkaar, even stevig als een kaartenhuisje.
De logica van Dialogic luidt dat er in een dialoog niet te veel verkeerd mag gaan, of hij valt in duigen: tweespraak ontaardt in naast elkaar praten of in monddood gemaakte sprakeloosheid. De waardevolle dialoog, de hoofdmethode van de democratie, balanceert broos op de wip tussen gebabbel en vertoog vanuit verborgen autoritaire verlangens. Roland Barthes spreekt in dit verband van la langue encratique: de taal waarin de macht is geslopen.
Een werk dat ik beschouw als de navel van de tentoonstelling in Destelheide, beschrijft Gert zelf als volgt:
“Op de vloer, en bij voorkeur doorlopend in de volledige exporuimte, zal ik een werk installeren dat bestaat uit kartonnen stroken van 8 x 120 cm. De stroken kunnen willekeurig aan elkaar bevestigd worden met bouten en moeren, maar het geheel blijft mobiel. Ik nodig de toeschouwer uit om zelf stroken te verwijderen of toe te voegen en de installatie te modificeren. Als er aan een uiteinde van de stroken getrokken of geduwd wordt, beweegt de hele installatie mee. Op die manier wordt de vormgeving van het werk en bij uitbreiding de volledige expo subtiel gewijzigd.”
Beeldspraak krijgt veel krediet. De logica bewaakt zelden de juistheid ervan. Een navel verwijst naar de oorsprong, namelijk de band met de moeder. De navel staat voor de ‘kern’ in het centrum. De biometrie komt echter tot andere resultaten, allicht omdat het leven niet te meten valt.
Misschien mag dit centrale werk, dat buiten het midden ligt maar als een rizoom alle kanten op kruipt, zelf een ‘metafoor’ worden genoemd. Bijvoorbeeld voor het concept dat Gilles Deleuze aan Antonin Artaud ontleende: corps sans organes. ‘Een lichaam zonder organen’ heeft Deleuze opgenomen in zijn filosofische terminologie. Het betekent niet dat het geheel geen werkende delen heeft, maar dat de organisatie van die delen niet eenduidig is en als een gesloten geheel achterwege blijft.
Een belangrijk thema in het werk van Gert De Clercq is immers de rol van verbanden als betekenisproducerende factoren. Het geheel van verbanden vormt de context die de inhoud bepaalt.
Het betreffende werk kan worden bekeken als een hoopje potentiële articulaties. Het Franse woord articulation betekent ‘gewricht’ of ‘koppeling’. Twee latten die met een moer en bout aan elkaar zijn gefikst, symboliseren dat. De flexibiliteit zorgt voor een voortdurende wisseling van betekenissen. De tentoonstelling is dus voortdurend in verandering. Dat de toeschouwer het heft zelf ter hand mag nemen, zorgt voor een hogere graad van publieksparticipatie.
Er gebeurt echter meer dan alleen ‘deelnemen’. Het concept van ‘het lichaam zonder organen’ verduidelijkt dat. Deze term staat immers voor ‘het veranderende sociale lichaam van verlangen’. Dat kan vele vormen aannemen. Het moet telkens weer nieuwe kanalen en andere combinaties zoeken om zichzelf te realiseren. Aldus kan men het werk anders bekijken dan als een kriskras liggend stapeltje kartonnen stroken.
Tot hier twee filosofische interpretaties van een werk. De tentoonstelling nodigt uit om dit ook met andere werken te doen. Of men bezoekt ze gewoon als een speelplaats voor het spel dat alles op losse schroeven zet.
Table of Instruments is een complete onderdompeling in De Clercqs bizarre universum, waar systemen, structuren en constructies een schijn van orde wekken. In deze tentoonstelling legt hij letterlijk al zijn instrumenten op tafel: performatieve installaties, schilderijen en sculpturale objecten waarmee hij onderzoekt wat er gebeurt wanneer vorm en functie niet langer samenvallen. Het vertrouwde wordt net genoeg verschoven om onze blik te vertragen.
De titels van de werken geven richting, maar nooit een sluitende verklaring. De Clercq lijkt dan ook minder geïnteresseerd in het antwoord dan in de zoektocht ernaar. Een tafel is niet langer alleen een tafel en een compositie lijkt meer te suggereren dan ze prijsgeeft. Zijn werken zetten een denkproces in gang dat niet noodzakelijk naar een conclusie leidt. Het zoeken zelf wordt hier het onderwerp.
In die zoektocht is steeds een spanning voelbaar tussen controle en loslaten. Ze zit zowel in de beeldtaal als in de werkwijze van De Clercq. Helder uitgezette structuren, precieze verhoudingen en afgebakende systemen bieden houvast, maar laten tegelijk ruimte voor toeval, beweging en interpretatie. Dat wordt zichtbaar in zijn performatieve installaties, zoals Modular Composition with Red Framework. Het werk kan worden geactiveerd en de compositie verandert door een minimale ingreep van de toeschouwer. De regels liggen vast, maar de uitkomst niet. De Clercq geeft een deel van zijn controle uit handen en laat het werk verder bestaan in de handeling van degene die ervoor staat.
Ook Rescheduling vertrekt vanuit zo’n minimale verschuiving. De constructie houdt de blik tegen en trekt hem tegelijk verder naar binnen. De iriserende folie doet denken aan een lens, waardoor het werk even lijkt terug te kijken. Het principe van de peephole, kijken zonder zelf gezien te worden, krijgt in de etalage een andere lading. De buitenzijde richt zich naar de straat, terwijl de voorzijde zich aan de binnenkant ontvouwt. De blik beweegt tussen binnen en buiten, kijken en bekeken worden.
Die aandacht voor verschuiving en perspectief begint vaak lang voor een werk zijn uiteindelijke vorm krijgt. Ideeën kunnen jarenlang in een schetsboek blijven liggen, wachtend op de juiste ruimte, afmetingen of omstandigheden om zich te materialiseren. De Clercq werkt aan meerdere ideeën tegelijk en laat ze pas samenkomen wanneer het moment zich aandient. Het proces is daarmee geen rechte lijn, maar een voortdurend herschikken, aftasten en opnieuw bekijken.
In zijn schilderijen krijgt de spanning tussen structuur en vrijheid een andere gedaante. Composition with Orange Table toont een praktijk die De Clercq zelf omschrijft als een toevlucht: een intuïtievere manier van werken, waarbij de hand voorloopt op het hoofd. Waar zijn installaties en objecten doorgaans voortkomen uit uitgebreid denkwerk en onderzoek, ontstaan de schilderijen spontaner, vanuit een esthetische zoektocht naar vorm, compositie en kleur. Een toevallige compositie, opgemerkt in een collage of beeld, wordt vastgelegd op doek of paneel, zonder dat ze verder naar betekenis hoeft te zoeken.
Toch blijft ook hier zijn fascinatie voor orde voelbaar, als een onzichtbaar raster onder het beeld: in geometrische verhoudingen, afgewogen composities en een voorkeur voor primaire, verzadigde kleuren. De schilderijen vormen zo een tegenpool binnen dezelfde praktijk: minder gestuurd door betekenis, maar niet minder gericht op vorm.
Table of Instruments wordt daarmee een tijdelijke stilstand in een praktijk die voortdurend in beweging is. Een tentoonstelling is voor De Clercq geen eindpunt, maar eerder een pauzeknop in een proces dat zich blijft ontvouwen. Een compositie kan opnieuw kantelen, een werk kan worden geactiveerd, een betekenis kan verschuiven.
Wat overblijft, is het moment waarop we even stilstaan. Niet omdat het antwoord zich aandient, maar omdat De Clercqs werken ons ertoe dwingen verder te zoeken.
Willem Elias voor Algoritme (30.10.2025 - 29.01.2026)
Gert De Clercq, een artistieke koorddanser
Mocht Heraclitus (ca. 540–480 v.o.t.) de gedachte dat alles vloeit (panta rhei) niet in zwang hebben gebracht, dan zou ik ze hier uitvinden om het werk van Gert De Clercq te duiden. Gert, die tweemaal in de Maas stapt en zichtbaar maakt dat het niet dezelfde rivier is, zou daarmee goed passen in de lijst van performances die hij op zijn palmares heeft staan. Het veranderende, de wankelbaarheid, de disharmonieuze beweging, het toeval van de vallende inval … Het zijn allemaal kernbegrippen om zijn werkmethode te kenschetsen.
Gert De Clercq onderzoekt als een experimenteel wetenschapper, weliswaar buiten elke discipline, tenzij die van het visualiseren van filosofische vraagstellingen. Dit lijkt me een manier om het begrip ‘conceptuele kunst’ te omschrijven.
De formule panta rhei ontbreekt in de fragmenten van Heraclitus. Men vindt ze als samenvatting van zijn filosofie bij Plato. Die zocht een synthese tussen Heraclitus, de denker van het ‘worden’, en Parmenides, de filosoof van het ‘zijn’. De eenheid verbergt een onenigheid, of de verscheidenheid vertoont kenmerken die tot een weliswaar onderliggende eenheid kunnen worden herleid.
Plato is hier de man die we nodig hebben. Hij wordt terecht beschouwd als de invloedrijkste denker die, samen met de leer van Christus — door Nietzsche omschreven als ‘platonisme voor het volk’ —, het Westen heeft bepaald. Precies dat maaksel stelt Gert De Clercq op losse schroeven.
Zijn video Dialogic zie ik als een vals pareltje dat dit illustreert (gertdeclercq.com/About). Zoals men weet, schreef Plato zijn werk in dialoogvorm. Men ziet Gert nauwgezet een plank op twee stoelen leggen. Daarna plaatst hij de stoelen moeizaam op hun achterste poten, zonder ze uit evenwicht te laten raken. Daarboven plaatst hij opnieuw twee stoelen op twee poten, met een plank ertussen, en vervolgens nog eens. Zes stoelen en drie planken staan in een evenwichtige balans tegenover elkaar, even stevig als een kaartenhuisje.
De logica van Dialogic luidt dat er in een dialoog niet te veel verkeerd mag gaan, of hij valt in duigen: tweespraak ontaardt in naast elkaar praten of in monddood gemaakte sprakeloosheid. De waardevolle dialoog, de hoofdmethode van de democratie, balanceert broos op de wip tussen gebabbel en vertoog vanuit verborgen autoritaire verlangens. Roland Barthes spreekt in dit verband van la langue encratique: de taal waarin de macht is geslopen.
Een werk dat ik beschouw als de navel van de tentoonstelling in Destelheide, beschrijft Gert zelf als volgt:
“Op de vloer, en bij voorkeur doorlopend in de volledige exporuimte, zal ik een werk installeren dat bestaat uit kartonnen stroken van 8 x 120 cm. De stroken kunnen willekeurig aan elkaar bevestigd worden met bouten en moeren, maar het geheel blijft mobiel. Ik nodig de toeschouwer uit om zelf stroken te verwijderen of toe te voegen en de installatie te modificeren. Als er aan een uiteinde van de stroken getrokken of geduwd wordt, beweegt de hele installatie mee. Op die manier wordt de vormgeving van het werk en bij uitbreiding de volledige expo subtiel gewijzigd.”
Beeldspraak krijgt veel krediet. De logica bewaakt zelden de juistheid ervan. Een navel verwijst naar de oorsprong, namelijk de band met de moeder. De navel staat voor de ‘kern’ in het centrum. De biometrie komt echter tot andere resultaten, allicht omdat het leven niet te meten valt.
Misschien mag dit centrale werk, dat buiten het midden ligt maar als een rizoom alle kanten op kruipt, zelf een ‘metafoor’ worden genoemd. Bijvoorbeeld voor het concept dat Gilles Deleuze aan Antonin Artaud ontleende: corps sans organes. ‘Een lichaam zonder organen’ heeft Deleuze opgenomen in zijn filosofische terminologie. Het betekent niet dat het geheel geen werkende delen heeft, maar dat de organisatie van die delen niet eenduidig is en als een gesloten geheel achterwege blijft.
Een belangrijk thema in het werk van Gert De Clercq is immers de rol van verbanden als betekenisproducerende factoren. Het geheel van verbanden vormt de context die de inhoud bepaalt.
Het betreffende werk kan worden bekeken als een hoopje potentiële articulaties. Het Franse woord articulation betekent ‘gewricht’ of ‘koppeling’. Twee latten die met een moer en bout aan elkaar zijn gefikst, symboliseren dat. De flexibiliteit zorgt voor een voortdurende wisseling van betekenissen. De tentoonstelling is dus voortdurend in verandering. Dat de toeschouwer het heft zelf ter hand mag nemen, zorgt voor een hogere graad van publieksparticipatie.
Er gebeurt echter meer dan alleen ‘deelnemen’. Het concept van ‘het lichaam zonder organen’ verduidelijkt dat. Deze term staat immers voor ‘het veranderende sociale lichaam van verlangen’. Dat kan vele vormen aannemen. Het moet telkens weer nieuwe kanalen en andere combinaties zoeken om zichzelf te realiseren. Aldus kan men het werk anders bekijken dan als een kriskras liggend stapeltje kartonnen stroken.
Tot hier twee filosofische interpretaties van een werk. De tentoonstelling nodigt uit om dit ook met andere werken te doen. Of men bezoekt ze gewoon als een speelplaats voor het spel dat alles op losse schroeven zet.